Bij woningbouw- en herontwikkelingsprojecten gaat het vaak over bomen. Logisch, want soms moeten bomen verdwijnen om ruimte te maken voor nieuwe woningen, wegen of voorzieningen. Dat roept emoties op. Regelmatig horen we dan dat het gaat om ‘bomen van veertig jaar oud’, alsof daarmee iets heel ouds verloren gaat.
Toch is de werkelijkheid genuanceerder. Niet iedere boom wordt namelijk honderden jaren oud. Sommige soorten kunnen inderdaad een indrukwekkende leeftijd bereiken van zelfs duizenden jaren oud, maar veel bomen in een stedelijke omgeving halen niet eens de 100 jaar. Door beperkte groeiruimte, droogte, ziekten, werkzaamheden of andere omstandigheden worden veel bomen aanzienlijk minder oud. Er zijn zelfs onderzoeken die laten zien dat stadsbomen gemiddeld maar enkele tientallen jaren leven. 35 om precies te zijn.
Dat maakt een boom niet minder waardevol. Integendeel. Elke boom levert een bijdrage aan een gezonde leefomgeving. Maar bij de afwegingen rond gebiedsontwikkeling is de leeftijd van een boom slechts één van de factoren.
Tijdens participatietrajecten merk ik dat het gesprek vaak verandert wanneer je ook kijkt naar de gezondheid van een boom, de groeiruimte, de toekomstverwachting en de kwaliteit van het totale groen in een gebied. Met dat laatste bedoelen we ook compensatie van groen. Soms is behoud de beste keuze. Soms biedt herinrichting juist kansen om een groener, toekomstbestendiger gebied te maken met meer bomen of een betere biodiversiteit.
Een goed gesprek over bomen gaat daarom niet alleen over wat verdwijnt, maar ook over wat ervoor terugkomt en hoe een gebied er over twintig, vijftig of zelfs honderd jaar uitziet. Juist dat bredere perspectief helpt om samen achter betere keuzes te staan.